Een extra glas melk kan beschermen tegen darmkanker

Overgenomen uit Trouw – Elleke Bal – 18 januari 2025

Britse onderzoekers deden de grootste studie ooit naar mogelijke verbanden tussen voeding en het ontstaan van darmkanker.

Er gaat geen dag voorbij of er wordt wel een onderzoek naar voeding en gezondheid gepubliceerd. Maar niet vaak volgen onderzoekers zestien jaar lang de eetgewoonten van meer dan een half miljoen vrouwen. Dat leverde de grootste studie ooit op naar het verband tussen darmkanker en wat je eet, uitgevoerd aan de universiteit van Oxford.

De diagnose darmkanker wordt wereldwijd de afgelopen decennia steeds vaker gesteld. Met name in rijke, geïndustrialiseerde landen. Dat de ziekte samenhangt met een ongezonde leefstijl is dus te verwachten.

Wetenschappers berekenden al eens dat zo’n 50 procent van de darmkankerdiagnoses voorkomen kan worden door gezond te eten en meer te bewegen. Overgewicht hebben is een belangrijke risicofactor. Maar zijn er ook specifieke voedingsmiddelen die het risico verhogen of verlagen?

De wetenschappers uit Oxford zochten dat grondig uit. Ze deden verschillende onderzoeken. In het grootste keken ze zestien jaar lang naar het verband tussen darmkanker en 97 voedingsmiddelen en voedingsstoffen. De onderzochte vrouwen gaven zelf in enquêtes aan wat ze aten. Van de 542.778 vrouwen die ze zestien jaar volgden, ontwikkelden er zo’n 12.000 darmkanker.

Twee boosdoeners en één beschermer

Na statistische analyses kwamen er twee boosdoeners naar voren: alcohol en rood en bewerkt vlees verhogen het risico op het ontstaan van darmkanker. Maar er is ook een beschermer: calcium. De onderzoekers vonden dat dagelijks innemen van 300 milligram calcium, gelijk aan een groot glas melk, het risico op het ontstaan van darmkanker met 17 procent verlaagt.

Een causaal verband kan in deze studie niet gelegd worden. Ook is het niet zo dat een ieder die extra melk drinkt individueel het risico met 17 procent verlaagt. Maar de berekende percentages rond calcium zijn interessant als je op grote schaal naar de getallen kijkt. Ga maar na, zo’n 5 procent van de bevolking krijgt darmkanker, 1 op de 20. Als honderd vrouwen dagelijks zo’n 300 milligram extra calcium tot zich nemen, zijn er mogelijk niet vijf maar vier gevallen van darmkanker in die groep.

Overigens wordt zuivel al veel langer in verband gebracht met een verlaagd risico op het ontstaan van darmkanker. Zo promoveerde de Wageningse hoogleraar voeding en ziekte Ellen Kampman in 1994 al op het onderwerp. Haar conclusie destijds: zuivel verlaagt het risico. Ze is enthousiast over deze Britse studie. “Ik hoop dat iedereen nu toch wel overtuigd is van het feit dat je nog steeds zuivel moet gebruiken.”

Kampman noemt vooral ook de kracht van een ander onderzoek dat de wetenschappers in Oxford deden. Ze keken naar vrouwen die door een genetische afwijking lactose-intolerant zijn en geen zuivel verdragen. Bij die vrouwen bleek het risico op het ontstaan van darmkanker verhoogd. “Dat is een sterke vondst.”

Kaas helpt niet

In welke zuivel zit nu genoeg calcium? In de Britse studie werd de link met melkdrinkers gevonden. Maar dat heeft ook te maken met het Britse dieet, zegt Kampman, het geldt net zo goed voor yoghurt.

Wel is belangrijk dat er niet te veel vet in die zuivel zit. Een verband met kaas werd bijvoorbeeld niet gevonden, terwijl daar ook veel calcium in zit. Door het extra vet is het minder slim daar je extra portie calcium uit te halen, zegt Kampman.

In Nederland wordt zo’n 1000 tot 1200 milligram calcium per dag aanbevolen. De Britse studie heeft niet gekeken naar calcium uit supplementen. In melkvervangers als sojamelk zit van nature geen calcium, al is het er soms wel aan toegevoegd.

Calcium is volgens Kampman om verschillende redenen goed voor de darmen. Het is goed voor de darmwand, en remt ongewenste celdeling. Maar daarnaast is het een belangrijke ‘opruimer’, het kan binden aan giftige of ongezonde stoffen die het lichaam uit vervoerd moeten worden, zoals galzuren en vrije vetzuren. “Darmkanker is niet voor niks verbonden met voedsel”, zegt Kampman, “de darm is de plek waar dat allemaal terechtkomt”.

Deze studie door Keren Papier en collega’s, is gepubliceerd in wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.